Woordenlijst
 
Nieuws
Contact
Woordenlijst
FAQ
Standpunten
Testresultaten
Links
 
VOOR EEN GOED BEGRIP: VAN CEL TOT GGO

Cel: alle levende organismen zijn opgebouwd uit één (gisten of bacteriën) of meer cellen (schimmels, planten, dieren, mensen).

DNA: de cellen van alle organismen bevatten opeengepakte, lintvormige moleculen, het zogeheten DNA. Dat is eigenlijk een lange keten die is samengesteld uit 4 soorten bouwstenen aangeduid met de letters A, T, G en C, die op miljarden verschillende wijzen gekoppeld zijn. Op die manier ontstaat een soort code, die onder meer informatie bevat over de erfelijke eigenschappen.
Ieder individu heeft zijn eigen specifieke DNA. Alleen bij ongeslachtelijke voortplanting, bijvoorbeeld bij bacteriën, maar ook bij het klonen van dieren, bevatten de cellen van de nakomelingen een exacte kopie van de ouderlijke erfelijke eigenschappen. Bij geslachtelijke voortplanting vermengen de erfelijke eigenschappen van de oudercellen zich. De nakomeling bevat dus een deel van de erfelijke eigenschappen van beide ouders.
In elk van de cellen van een organisme zit hetzelfde DNA hoewel die cellen in functie en eigenschappen verschillen. Welke eigenschappen tot expressie komen hangt af van de plaats en het ontwikkelingsstadium van de cel en wordt bepaald door speciale stoffen die in die cel aanwezig zijn.

Gen: slechts bepaalde stukken van de DNA-code bevatten informatie over de erfelijke eigenschappen. Die dragers van de erfelijke code worden genen genoemd.
Soms wordt een eigenschap door één enkel gen bepaald, meestal zijn er meerdere genen bij betrokken.
De mens was al tientallen jaren in staat de DNA-code te lezen en de verschillende genen te identificeren. Recenter zijn genetici erin geslaagd de genen van een DNA-keten te isoleren en ze in te brengen in een andere DNA-keten. Deze techniek wordt genetische manipulatie genoemd en het resultaat is een genetisch gemodificeerd organisme (GGO).

Genetische modificatie kan binnen dezelfde soort worden toegepast, bijvoorbeeld om een bepaalde erfelijke eigenschap te versterken of om een ongewenste eigenschap uit te schakelen.
Genen kunnen echter ook worden overgebracht van één soort op een andere, zodat organismen met toegevoegde, totaal nieuwe eigenschappen ontstaan.