 |
Jeugdbond voor Natuurstudie
en Milieubescherming |
GGO’s: nee bedankt!
Over wat genetische manipulatie (GM) is, kan u als consument oneindig
veel informatie vinden. Wij met de JNM, Jeugdbond voor Natuurstudie
en Milieubescherming, willen echter de nadruk leggen op wat GM
niet is. GM wordt door de biotech-industrie te vaak vergeleken
met het bouwen van een huisje van lego blokken. Je kan het je
inbeelden: je bouwt een huis met rode, gele en blauwe legoblokjes.
Wanneer je huisje je niet bevalt, neem je er een aantal blauwe
blokjes tussenuit en je vervangt ze door gele blokken. Het huis
zou niet instorten en de vervanging zou geen invloed hebben op
de rode blokjes. Tot zover de legoblokjes. Niets is minder juist.
Als je aan één gen prutst, kan dat een invloed hebben
op de werking van de andere genen (waarvan sommigen op hun beurt
weer andere genen in werking zetten, …). Een wijziging aan
één gen kan dus invloed hebben op het hele organisme.
Uit deze constatering volgt dat de gevaren die Genetisch Gemanipuleerde
Organismen (GGO’s) voor mens en natuur kunnen inhouden moeilijk
zijn in te schatten. We kunnen niet precies voorspellen welke
gevolgen het gebruik van GGO’s in de landbouw zal hebben.
Wij zijn er temeer van overtuigd dat niemand dat nauwkeurig kan
inschatten. De werking van een gen wordt mee bepaald door milieufactoren,
de aanwezigheid en actie van andere genen, en de plaats van het
gen in de DNA-streng. Daarbij komt nog dat ook de plant zelf op
zijn beurt deel uitmaakt van een ecologisch geheel, dat niet steeds
eenvormig op een bepaalde invloed reageert. Bovenstaande feiten
zorgen ervoor dat het heel moeilijk is
om de gevolgen van GM precies in te schatten. GM laten
stroken met het voorzorgsprincipe waar de JNM achter staat is
dus niet vanzelfsprekend. Dit principe bestaat eruit wetenschappelijke
innovaties niet te commercialiseren alvorens risico’s en
gevaren nauwkeurig in kaart gebracht zijn.
Een risico dat bijvoorbeeld reëel
is, is het gevaar op antibioticaresistentie bij bacteriën.
Micro-organismen, bvb. in de bodem of in de maag van een koe,
zijn in staat om naakt DNA op te nemen, en op verschillende manieren
uit te wisselen. Dit noemt met genentransfer. Als we weten dat
bij vele planten antibioticaresistentie wordt ingebouwd, worden
de gevaren voor de volksgezondheid duidelijk: bacteriën kunnen
zo resistent worden tegen antibiotica. Voor ons leefmilieu bestaan
gelijkaardige reële risico’s.
Moesten zich problemen met transgene organismen voordoen, dan
zijn die meteen ook heel complex.
Dat komt omdat GGO’s die je in het milieu vrijzet, er onmogelijk
terug uit kan halen. Eenmaal de pollen van een transgene plant
in de lucht, heeft de wind vrij spel. En GGO’s verspreiden
zich ook grenzeloos. Een genetisch gemodificeerde zalm bijvoorbeeld
trekt zich niets aan van het einde der territoriale wateren. Net
zoals zijn nakomelingen later in de tijd.
|