 |
De representatieve
werkgeversorganisatie van de Voedingsindustrie |
Houding van de Belgische voedingsindustrie
t.o.v. GGO’s
• Officieel goedgekeurde GGO’s
stellen geen probleem op het vlak van voedselveiligheid.
De voedingsindustrie eist een streng maar duidelijk beleid gebaseerd
op risico-evaluatie. Net als voor elke andere technologische innovatie
moet productveiligheid voorop staan.
Zoals praktisch alle betrokkenen in het GGO-debat, neemt FEVIA
aan dat de wetenschappelijk geëvalueerde en op basis van
de huidige regels officieel goedgekeurde GGO’s geen probleem
stellen op het vlak van voedselveiligheid.
• De vele facetten van het GGO-debat
resulteren in een uiterst complex debat, gekenmerkt door een hoge
graad van emotionaliteit.
Naast het aspect voedselveiligheid behelst het GGO-debat echter
ook andere facetten zoals de mogelijke effecten op het ecologisch
evenwicht, de biodiversiteit en de concentratie van de technologie
bij enkele multinationale bedrijven. Al deze verschillende facetten
resulteren in een uiterst complex debat.
• De voedingsindustrie heeft begrip
voor het gebrek aan aanvaarding door de consument.
De voedingsindustrie heeft begrip voor het gebrek aan aanvaarding
en de twijfel bij de consument. De gebrekkige communicatie van
de biotech-industrie, de hoge graad van emotionaliteit in het
GGO-debat en vooral het feit dat de gentechnologie momenteel niet
resulteert in een tastbaar voordeel (smaak, voedingswaarde, houdbaarheid
van voedingsmiddelen) voor de consument draagt daar ongetwijfeld
toe bij.
Gezien de terughoudendheid van de consument bij de verschijning
van de eerste GGO-producten op de Belgische markt hebben produ-centen
er ondertussen voor gekozen geen GGO-ingrediënten meer te
gebruiken. Vandaar dat er tot op heden praktisch geen GGO –geëtiketteerde
producten op de Belgische markt zijn.
Het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen)
heeft onlangs trouwens nog gemeld in 2001 geen enkele inbreuk
te hebben vastgesteld op de wetgeving betreffende het gebruik
van GGO en afgeleiden daarvan in levensmiddelen.
• De consument moet op een betrouwbare
en eenvoudige manier geïnformeerd worden zodat hij een bewuste
keuze kan maken.
FEVIA kan zich enkel vinden in transparante, duidelijke, uitvoerbare
en controleerbare regelgeving, waarbij wetenschappelijke onderbouwing,
transparante communicatie en (internationale) realiteit de steunpilaren
moeten zijn van het EU-beleid.
Een wetgeving gebaseerd op detecteerbaarheid (d.w.z. vaststelbare
aanwezigheid van gemodificeerd DNA of ‘nieuw eiwit’)
biedt daartoe de beste garanties.
• GGO’s kunnen, mits een
verantwoord gebruik, bijdragen tot de gezondheid en het welzijn
van de mens
FEVIA spreekt zich niet ten gronde uit voor of tegen genetische
modificatie en GGO’s.
De Belgische voedingsindustrie beschouwt biotechnologie als een
bijkomend middel tot vernieuwing, dat de mogelijkheid zou kunnen
scheppen om de gezondheid en het welzijn van de mens te verbeteren.
In die zin is de voedingsindustrie ervan overtuigd dat GGO’s
deel kunnen uitmaken van de toekomst.
FEVIA is de woordvoeder van de Belgische Voedingsindustrie.
FEVIA VERTEGENWOORDIGT
| • bedrijven (2000): |
< 10 werknemers: 5.171
> 10 werknemers: 1.338 |
| • werknemers (2000): |
86.477 |
| • omzet (2000): |
23,2 miljard EUR |
| • export (2000): |
11,6 miljard EUR |
| • toegevoegde waarde (2000): |
5,4 miljard EUR
|
Voor meer informatie: http://www.fevia.be |