WAT
MET DE INVLOED OP HET LEEFMILIEU?
De ecologische gevolgen van het introduceren van genetisch gemodificeerde
gewassen in het milieu kunnen in drie categorieën worden ingedeeld.
Agro-ecologische gevolgen
Gewassen die resistent zijn gemaakt tegen herbiciden laten zich
moeilijker bestrijden wanneer zij de kop opsteken op plaatsen waar
ze niet horen. Dan moeten soms minder milieuvriendelijke middelen
worden ingezet om deze GGO's weg te krijgen.
Net zoals het traditioneel gebruik van insecticiden, kan het inbouwen
van insecticiden in gewassen net leiden tot resistentie bij de insecten
die men wilde uitschakelen.
Directe ecologische gevolgen
Bij veranderingen van het insectenbestand, blijven de ecologische
veranderingen allicht niet beperkt tot één soort en
zullen zij ook leiden tot veranderingen van het bestand van vogels
en kleine zoogdieren, dus van de biodiversiteit.
Maar het is helemaal niet zeker dat de ecologische veranderingen
die samenhangen met de introductie van genetisch gemodificeerde
gewassen ernstiger zijn dan die ten gevolge van meer traditionele
landbouwpraktijken.
Indirecte ecologische gevolgen
Het belangrijkste gevaar schuilt hier in de mogelijke overdracht
naar wilde planten van soortvreemde genen die werden ingebouwd in
landbouwgewassen. Diepgaand onderzoek ter zake, niet alleen vóór,
maar ook nog na het commercieel introduceren van GGO's is daarom
aangewezen.
De genetisch gewijzigde grondstoffen die in de meeste Europese landen
in bepaalde voedingsmiddelen worden verwerkt, zijn vrijwel altijd
ingevoerd.
Een probleem bij het verbouwen van GGO's in ontwikkelingslanden
is dat veel van deze landen niet beschikken over een aangepaste
wetgeving en instituties om de toepassingen van de moderne biotechnologie
in goede banen te leiden. De kans bestaat dat ze daardoor worden
misbruikt als proeftuin. Hier bestaat dus het gevaar dat een in
se goede technologie niet alleen oplossingen biedt, maar tegelijk
de oorzaak wordt van nieuwe problemen. |