SINDS
WANNEER WORDEN ORGANISMEN GENETISCH GEMODIFICEERD?
Planten- en dierenrassen worden al duizenden jaren gekruist om nieuwe,
betere rassen te krijgen. Om kaas of bier te maken, worden steeds
nieuwe bacteriën geselecteerd. Die praktijken behoren tot de
klassieke genetische selectie. Kruisingen gebeuren binnen dezelfde
soort of men ontwikkelt hybriden wanneer het om verschillende types
van dezelfde soort gaat.
In werkelijkheid betreft het hier dus steeds soorten met een identieke
genetische structuur, waarbij duizenden genen tegelijk worden uitgewisseld.
Op die manier ontwikkelde de oorspronkelijke wilde tomaat, ter grootte
van een druif, zich bijvoorbeeld beetje bij beetje tot de huidige,
uit de kluiten gewassen versie.
Helaas kost het ontzettend veel tijd om op deze manier een nieuw
ras met precies de gewenste eigenschappen te bekomen.
Bij de moderne biotechnologie, die wordt toegepast sinds de jaren
70, worden geen rassen gekruist, maar worden lichaamsvreemde genen
ingeplant bij een micro-organisme, een plant of een dier.
Men moet dus geen generaties meer wachten tot herhaald kruisen eindelijk
leidt tot een organisme met de beoogde eigenschappen. Nu worden
in één enkele stap alleen de genen overgeplant met
de gewenste informatie. |