WELKE
ORGANISMEN KUNNEN GENETISCH WORDEN GEMODIFICEERD? EN
MET WELKE BEDOELING?
De mogelijke toepassingen zijn veelvuldig. De bestaande technieken
bieden de mogelijkheid genen van vrijwel gelijk welk levend organisme
in te planten in bijna gelijk welk ander organisme, met de meest
uiteenlopende bedoelingen.
Enkele voorbeelden:
– de menselijke genetische code voor de productie van insuline
kan worden ingebouwd in micro-organismen, een mogelijkheid die in
de artsenijbereidkunde wordt gebruikt;
– de eigenschap van een bacterie om een onkruidbestrijdingsmiddel
af te breken kan in planten worden ingebouwd;
– bij koeien en ooien worden genen ingeplant met de bedoeling
dat de dieren bepaalde farmaceutische stoffen aanmaken in hun melk
voor gebruik in de geneeskunde;
– Atlantische zalm heeft de eigenschap trager te groeien in
de winter. Om de groei te versnellen, worden de genen van het groeihormoon
afkomstig van een sneller groeiende vissoort ingeplant. Op die manier
wordt de kweektijd met zowat 50 % ingekort. |