BBL-PLATFORMTEKST
OVER GENETISCH GEWIJZIGDE ORGANISMEN
We stellen dus vast dat de wijze waarop de GGO’s
ingevoerd worden een uiting zijn van een groot democratisch deficit.
Op zulk een gevoelig terrein, de kern van het leven zelf, is men
begonnen ons grotendeels onbekende risico’s op te dringen,
nu (onze voedselketen) en in een verre toekomst, nu iedereen de
mond vol heeft van ‘duurzame ontwikkeling’ en ‘participatie’.
De gewone burger en consument worden bewust erbuiten gehouden,
zij worden eerder gedesinformeerd, zonder dat zelfs de hypothetische
voordelen van de GGO’s duidelijk zijn aangetoond. Men heeft
de lessen van het verwerpen van kernenergie blijkbaar niet geleerd.
Tegenover deze massale commercialisering van het leven, tegenover
het opdringen van onbekende risico’s voor mens en milieu
zonder overtuigende voordelen, tegenover het negeren van de mening
van de geïnteresseerde burger over de introductie van GGO’s
in ons eten en in het milieu, stelt BBL:
1. Een Breed Maatschappelijk debat (BMD):
Een parlementaire democratie leeft als maatschappelijke keuzes
ruim door de civiele maatschappij voorbereid, bekrachtigd en ondersteund
worden. Openbaarheid, betrokkenheid van ruime lagen van de bevolking
en doorzichtigheid van de besluitvorming zijn het beste tegengif
tegen eenzijdige binnenkamerse beleidsbeïnvloeding door machtige
privé-belangenlobby’s. Een publiek debat moet goed
gestructureerd en gedocumenteerd zijn. Wetenschappers moeten een
maximale inbreng hebben. Een Technologie Aspecten Onderzoek (TAO),
dat ook de socio-economische kant in zijn analyse opneemt kan
een noodzakelijke interdisciplinaire input verzekeren. Uiteindelijk
zal het Parlement de ethische keuzes – welke collectieve
risico’s zijn aanvaardbaar voor welke mogelijke voordelen-
van de geïnformeerde burger omzetten in een stringent wettelijk
kader. In binnen- en buitenland wordt al met vele complementaire
modellen van participatieve democratie ervaring opgedaan.
2. Een strikte toepassing van het voorzorgsbeginsel
dat prijkt in talloze wetteksten, Europese en internationale overeenkomsten
op de vraag van de al dan niet introductie van GGO’s in
open systemen (voedselketen, veldtesten,…). Met andere woorden:
omkering van de bewijslast weg van de civiele maatschappij die
de mogelijke risico’s voor mens en milieu vooraf zouden
moeten bewijzen) naar de promotoren van GGO’s (die de voordelen
en beperking van de risico’s eerst openbaar moeten aantonen).
Het weze duidelijk dat tijd en middelen moeten beschikbaar zijn
om onafhankelijke deskundigheid te garanderen in tegensprekelijke
procedures.
3. Versterking van de steun
aan de gecertificeerde, moderne biologische landbouw, als alternatieve,
arbeidsintensieve strategie voor de aanpak van dezelfde problemen(productie,
gewasbescherming, milieu) in landbouw en voedselvoorziening, die
de biotechnologie met de GGO’s voor een deel op een kapitaalintensieve,
hoogtechnologische wijze te lijf gaat…We stellen vast dat
Europa na decennia van ‘groene revolutie’ aanpak de
laatste jaren ook deze richting uitgaat…GGO’s en biolandbouw
gaan helaas niet samen.
4. Stop aan introductie
van GGO’s in voedsel en veld, zolang niet aan alle bovenvermelde
minimumvoorwaarden voldaan is.
5. In geen geval privatisering
Geen octrooien op levensvormen.
|