 |
Koepel van Vlaamse
natuur- en milieuverenigingen |
BBL-PLATFORMTEKST
OVER GENETISCH GEWIJZIGDE ORGANISMEN
Met Genetisch Gewijzigde Organismen of GGO’s
wordt bedoeld: virussen, bacteriën, planten of dieren (met
inbegrip van mensen), waarvan het erfelijke materiaal gewijzigd
werd door een biotechnologische rechtstreekse ingreep: genetische
manipulatie.
Tegenwoordig vinden we al GGO’s in onze winkels en op ons
bord, meestal zonder het te weten. Na de besmettingen van de voedselketen
door BSE (gekke koeien) en met dioxine, neemt de weerstand onder
de bevolking in binnen- en buitenland tegen de introductie van
GGO’s in de voedselketen gestadig toe. Er zijn voor deze
onrust vele goede redenen.
Samen met andere verontruste burgers, moet Bond Beter Leefmilieu
immers ook vaststellen dat er een overweldigende band is tussen
de ontwikkelingen in de biotechnologie en de privatisering en
massale commercialisering van GGO’s op wereldvlak. Er zijn
gigantische belangen op het spel op de vrije markt, nu al in handen
van zeer weinige multinationale ondernemingen (MNO’s), en
de dwang naar monopolievorming zet zich in de biotechnologie in
ijltempo door. Zaden en bijbehorende bestrijdingsmiddelen in handen
van hetzelfde concern, dat is de trend. Het vergroten van marktaandelen,
geenszins het algemeen welzijn is derhalve de motor van de ontwikkeling
van de genetische manipulatie.
De felle concurrentiestrijd op de wereldmarkt drijft deze tegenstelling
tussen privé-belang en algemeen belang op de spits, en
wel op de volgende wijze:
• Commerciële belangen en concurrentiestrijd leiden
onvermijdelijk tot ondoorzichtigheid: Geheimhouding van het onderzoek,
GMO’s worden vermengd met niet-gewijzigde soortgenoten,
GMO’s worden meestal niet geëtiketteerd, we eten ze
zonder het te weten, ze zijn verborgen in de voedselketen …
• Een ijzersterke logica leidt van commerciëel
belang over geheimhouding naar privatiseren, het brevetteren van
genenlijnen, dus van het leven. Wie is straks eigenaar van onze
eigen genen?
• In een domein waar wetenschappelijke onzekerheid
troef is, kunnen deze fenomenale privébelangen niet anders
dan de risico’s van de introductie van GMO’s in de
voeding en in het veld minimaliseren.De riscico’s voor de
volksgezondheid en het milieu van de massale en onomkeerbare introductie
van GMO’s in open systemen (ongewilde opbouw van resistentie,
ontwrichten van ecosystemen door overwoekering, wat leidt tot
een verlies van biodiversiteit,…) kan immers per definitie
ook de wetenschap niet voorspellen, en zeker niet op de lange
de termijn. Een nieuw geneesmiddel wordt slechts vrijgegeven na
10 tot 15 jaar onderzoek.
• Dezelfde commerciële druk zet onwillekeurig
aan tot het kritiekloos opschroeven van verhoopte voordelen –
anders dan privéwinsten. Zo bijvoorbeeld zouden GMO’s
de honger uit de wereld helpen, waar dit op de eerste plaats een
probleem van toegang tot het land en van verdeling van voedsel
is, en slechts in mindere mate van productie. Het is trouwens
niet bewezen dat de voedselproductie door GMO’s toeneemt,
maar alles wijst erop dat ze leiden tot nieuwe afhankelijkheden
van de landbouw ook in het Zuiden, van enkele gigantische gespecialiseerde
MNO’s in het Noorden.
• Het wetenschappelijk onderzoek is grotendeels in
handen van de privésector, wat uiteraard geen garanties
biedt voor wetenschappelijke objectiviteit bij het afwegen van
maatschappelijke risico’s tegenover economisch privébelang.
Dit is des te meer zo daar de wetenschappelijke rationaliteit
weinig geschikt is om de maatschappij en/of ecosystemen te behoeden
voor grotendeels onbekende / onkenbare risico’s, in tegenstelling
tot het ontwikkelen van vernieuwende werkwijzen en technologieën,
wat wel een sterk punt is van de wetenschappelijke methode.. .
• Het wetgevend kader kan niet anders dan de feitelijke
evoluties achterna lopen. De hierboven geschetste tegenstelling
tussen privé- en algemeen belang komt hier tot uiting in
flagrante tegenspraken tussen nationale, Europese en internationale,
wetten en overeenkomsten, waarin ons land zich verbonden heeft.
De tegenstelling tussen de regels van de Wereld Handel Organisatie
(WHO) – spreekbuis van het privébelang- en het Biodiversiteitsverdrag
– gevoelig voor het belang van de nationale staten en inheemse
volkeren- is één voorbeeld.
|